De aanleg van het nationale waterstoftransportnetwerk in Nederland, de waterstof backbone, wordt fors duurder dan eerder geraamd. Volgens een nieuw rapport van de Algemene Rekenkamer is de subsidie van maximaal € 750 miljoen die de overheid heeft toegekend om de netwerkbouwer te helpen bij de aanloopverliezen niet doeltreffend en onvoldoende om het volledige project te realiseren.
In 2023 besloot de minister van Klimaat en Groene Groei een subsidie van maximaal € 750 miljoen toe te kennen aan Gasunie/Hynetwork Services (HNS) voor de aanleg van een landelijk waterstofnetwerk dat tegen 2030 ongeveer 1.200 km aan leidingen moet omvatten. Dit netwerk moet duurzame waterstof transporteren naar de vijf belangrijke industrieclusters in Nederland en internationaal verbinden met België en Duitsland.
Grote kloof tussen subsidie en werkelijkheid
Het Rekenkamer-onderzoek laat zien dat de geraamde kosten voor het project inmiddels fors zijn gestegen en dat de aanloopverliezen — de verliezen die ontstaan omdat de vraag naar transportcapaciteit in de beginfase achterblijft — meer dan drie keer zo hoog zijn als de beschikbare subsidie. Waar oorspronkelijk werd gerekend met een investeringskost van circa € 1,5 miljard, is dat in 2025 opgelopen naar € 3,8 miljard, en de aanloopverliezen worden nu geraamd op € 2,5 miljard.

Onzekerheid over realisatie van netwerkdeeltrajecten
Doordat de subsidie niet toereikend is en de vraag naar waterstof transport achterblijft, bestaat er een reële kans dat niet alle deeltrajecten van het netwerk worden aangelegd. Voor elk afzonderlijk tracé moet Gasunie/HNS eerst contracten sluiten met klanten voordat met de aanleg wordt begonnen. Door de tegenvallende marktontwikkeling blijft het klassieke kip-ei-probleem bestaan: zonder netwerk kan de markt niet groeien, maar zonder marktgroei is de aanleg van netwerktrajecten lastig rendabel te maken.
Risico voor overheid en onvolledige informatie
De Rekenkamer waarschuwt dat de huidige subsidieregeling een substantieel financieel risico voor de schatkist inhoudt, omdat de aanloopverliezen kunnen oplopen tot een bedrag dat ruim boven de beschikbare € 750 miljoen ligt. Tegelijk merkt de Rekenkamer op dat de minister in 2023 is uitgegaan van een verouderde en te optimistische kostenraming zonder voldoende rekening te houden met recente prijsstijgingen en andere onzekerheden.
Daarnaast blijkt uit het rapport dat de Tweede Kamer niet altijd volledig is geïnformeerd over de onzekerheden en tegenvallers in de kostenontwikkelingen, wat de besluitvorming en het publieke debat belemmert.
Rekenkamer roept op tot herziening subsidie en risicobeheer
De Rekenkamer benadrukt dat het kabinet — inclusief de ministers van Klimaat en Groene Groei en van Financiën — maatregelen moet nemen om de risico’s beter te beheersen. Opties zijn onder meer het verhogen van de subsidie, het anders verdelen van kosten over marktpartijen, of het herstructureren van de financiële afspraken zodat de lasten niet éénzijdig bij de overheid blijven.
Stand van zaken in waterstofmarkt en infrastructuur
Hoewel de aanleg van het landelijke netwerk in de eerste fase al is begonnen, bijvoorbeeld rond Rotterdam, blijft de ontwikkeling van de waterstofproductie en de vraag van afnemers achter bij de oorspronkelijke ambities. Dit vertraagt de uitrol van de infrastructuur en vormt tegelijkertijd een uitdaging voor investeerders en beleidsmakers.
Bron: Algemene Rekenkamer
2 reacties
Gerbrandt · 12 december 2025 op 14:50
naast waterstof ligt er ook een gratis warmtebron onder onze voeten , geothermie namelijk , schoon en bijna gratis
Henri Jaartsveld · 17 december 2025 op 11:06
Waterstof kan tot een bepaald percentage ook heel goed gemengd met aardgas , daardoor kun je al een aanzienlijke waterstof productie kwijt in ons systeem, Daar hoef je nauwelijks een meter pijp extra voor te leggen als je het op de juiste plaatsen produceert. Begin daarmee. Dan heeft ook een ontlastend effect op onze aardgasvraag.