Groene waterstof die over een afstand van meer dan 500 kilometer per vrachtwagen wordt vervoerd, zal waarschijnlijk niet in aanmerking komen als ‘Renewable Fuel of Non-Biological Origin’ (RFNBO), zo blijkt uit een nieuwe studie. Dit heeft serieuze implicaties voor de ontwikkeling van de waterstofeconomie, met name voor projecten die afhankelijk zijn van het transport van waterstof over grotere afstanden.

Om waterstof als hernieuwbare brandstof (RFNBO) te mogen labelen, gelden er strikte Europese regels. De gehele keten moet namelijk een aanzienlijke CO2-besparing opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen. Een belangrijk aspect van deze criteria is de koolstofintensiteit van de gehele waardeketen, inclusief transport. De studie van de Universiteit van Bordeaux toont aan dat het transport van waterstof per vrachtwagen aanzienlijke emissies met zich meebrengt, waardoor de drempel voor RFNBO-certificering snel kan worden overschreden bij afstanden langer dan 500 km. Daardoor voldoet de waterstof bij aankomst niet meer aan de duurzaamheidseisen.

Waarom transport per weg zo intensief is

Het probleem ligt bij de lage energiedichtheid van waterstofgas. Je moet namelijk relatief veel ritten rijden om een betekenisvolle hoeveelheid energie te verplaatsen. Zelfs als de waterstof onder hoge druk in speciale cilinders (tube trailers) wordt vervoerd, blijft het gewicht van de trailer hoog ten opzichte van de lading. Hierdoor verbruikt de vrachtwagen veel brandstof per kilo geleverde waterstof. Bijgevolg telt elke extra kilometer dubbel in de uiteindelijke milieubalans. Het onderzoek benadrukt daarom dat transport over de weg alleen rendabel en groen is binnen een beperkte regio.

Impact op waterstofprojecten

De bevindingen van de studie hebben directe gevolgen voor waterstofprojecten die gepland zijn in afgelegen gebieden, waar de infrastructuur voor pijpleidingen ontbreekt. Deze projecten zijn vaak afhankelijk van transport per vrachtwagen om de waterstof naar de eindgebruikers te brengen. Als deze projecten niet in aanmerking komen als RFNBO, kan dit de financiële haalbaarheid aanzienlijk beïnvloeden en de implementatie vertragen.

Alternatieve transportmethoden

Om de RFNBO-status te behouden, zullen bedrijven moeten kijken naar alternatieve transportmethoden met een lagere koolstofintensiteit, zoals pijpleidingen of transport per trein of schip. Deze opties vereisen echter aanzienlijke investeringen in infrastructuur en zijn mogelijk niet altijd beschikbaar of economisch rendabel, afhankelijk van de locatie van de productie- en afnamepunten.

Noodzaak voor nieuwe infrastructuur

Voor projecten die waterstof over grote afstanden willen leveren, is er dus werk aan de winkel. Zij moeten namelijk op zoek naar alternatieven met een lagere koolstofintensiteit. Pijpleidingen zijn hierbij de meest logische oplossing. Deze hebben immers een veel lagere uitstoot per getransporteerde eenheid energie. Daarnaast wordt transport via het spoor of over water genoemd als mogelijke tussenoplossing. Echter, deze infrastructuur is op dit moment nog niet overal aanwezig. Bedrijven moeten daarom hun locatiekeuze zeer zorgvuldig plannen om binnen de 500 kilometer-radius van hun afnemers te blijven.


Bron: Universiteit van Bordeaux

Categorieën: Waterstof transport

3 reacties

Loek Verheijen · 19 januari 2026 op 13:06

Geldt dit ook als de vrachtwagen batterij-elektrisch met groene stroom of op groene waterstof rijdt?

P. Hendriks · 19 januari 2026 op 13:07

Het verhaal is helder als voor het transport een standaard transportmiddel ingezet wordt. Gaat de berekening ook op wanneer de vrachtwagen als brandstof waterstof gebruikt.

    Frank Mietes · 20 januari 2026 op 17:02

    Nee, maar dat is helaas nog niet toegestaan. Alleen diesel of CNG

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *