Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft een dringende oproep gedaan aan de Tweede Kamer voorafgaand aan het Commissiedebat op 4 maart 2026. De twaalf provincies waarschuwen dat de ontwikkeling van regionale waterstofinfrastructuur achterblijft. Zonder snelle actie dreigt Nederland de aansluiting met Duitsland te verliezen en blijft de markt in een ‘kip-ei’ situatie steken.

De roep om ‘T-stukken’ en aftakkingen

Een van de belangrijkste punten uit het position paper van het IPO is de noodzaak voor zogenaamde ‘T-stukken’ in de landelijke waterstofbackbone. Deze aansluitpunten zijn essentieel om regionale industrieclusters en energiecentrales te kunnen verbinden met het hoofdnet. Momenteel vallen deze aftakkingen echter buiten de opdracht van HyNetwork.

De provincies pleiten voor een ‘visiegedreven’ aanpak. Dit betekent dat infrastructuur al wordt aangelegd vóórdat de markt volledig is uitgekristalliseerd. In Duitsland gebeurt dit al, inclusief gunstige financieringsvoorwaarden. Het IPO vraagt het Rijk om financiering beschikbaar te stellen voor deze regionale koppelingen om een scheefgroei met onze oosterburen te voorkomen.

Marktordening en regionale netbeheerders

Een ander knelpunt is het ontbreken van wetgeving voor regionale lagedruknetwerken. Voor veel kleinere bedrijven is de drempel om in te stappen op waterstof hoog. Regionale netwerken met een lagere gasdruk kunnen deze instap vergemakkelijken en innovatie stimuleren. De provincies dringen aan op een snelle aanwijzing van regionale netbeheerders en hopen dat de benodigde wetgeving, die gepland staat voor 2027, niet verder vertraagt.

Veilig transport van waterstofdragers

Naast gasvormige waterstof vragen de provincies aandacht voor waterstofdragers zoals ammoniak, vloeibare waterstof (LH2) en LOHC’s. Hoewel ammoniak een belangrijke rol speelt in de importstrategie, maken provincies zich zorgen over de veiligheid bij transport via spoor en weg. Het IPO adviseert om transport bij voorkeur via buisleidingen en de binnenvaart te laten verlopen. Bovendien moet er meer ingezet worden op de ontwikkeling van minder risicovolle waterstofdragers.

Blauwe waterstof als onmisbaar transitiemiddel

Om de marktontwikkeling te versnellen, willen de provincies dat blauwe waterstof (geproduceerd uit aardgas met CO2-opslag) een grotere rol krijgt in het subsidiebeleid. Momenteel sturen instrumenten vooral op groene waterstof, maar de onrendabele top belemmert de groei. Blauwe waterstof kan volgens het IPO dienen als een noodzakelijk overbruggingsmiddel om de volumes te vergroten.

Politieke moed

Het signaal van de provincies is helder: de landelijke backbone is een goed begin, maar zonder de ‘haarvaten’ naar de regio blijft de transitie beperkt tot de allergrootste spelers. Wij onderkennen dat de roep om visiegedreven investeringen vraagt om politieke moed. Ook moet worden ingezien dat nu 100% duurzame waterstof de transitie vertraagd. Er is ook hier een transitiepad noodzakelijk, net als dat bij de elektrificering gebeurt. De bal ligt nu bij het Rijk om de provincies het nodige handelingsperspectief en de bijbehorende middelen te geven.


Bron: IPO

Categorieën: Beleid

0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *